Keizersnede, sectio caesarea

Print deze pagina

Een andere naam voor keizersnede is sectio caesarea, ook wel in het kort sectio genoemd. Een keizersnede wordt gedaan om verschillende redenen. In grote lijnen zijn er moederlijke en kinderlijke factoren waarom tot een keizersnede wordt besloten. Soms is het voor beiden beter dat de zwangerschap wordt beëindigd.

Een keizersnede wordt tegenwoordig altijd onder locale verdoving op de operatiekamer gedaan door de gynaecoloog. Bij zéér grote spoed, als iedere seconde telt kiest men soms voor algehele narcose omdat het zetten van een ruggenprik teveel tijd gaat vergen.

Bij een sectio caesarea is altijd een heel operatiekamerteam aanwezig, aangevuld met een verpleegkundige van de kinder- en/of kraamafdeling. Bij de ingreep is altijd een kinderarts of arts-assistent aanwezig om de bab na de geboorte te onderzoeken en te verzorgen.

Wanneer een sectio caesarea een extreme vroeggeboorte tot gevolg heeft (24-25 weken), wordt de ingreep alleen overwogen na instemming van de moeder.

Moederlijke redenen voor een keizersnede kunnen zijn:

  • Een vernauwd bekken, waardoor de baby niet indaald of verwacht mag worden dat een vaginale baring niet zal lukken. Deze situatie is vaak al voordat de baring begint bekend. Er wordt dan een geplande sectio gedaan. Ook kan het zijn dat de bevalling van het eerste kind erg zwaar is geweest en er nu al direct voor wordt gekozen om geen vaginale bevalling af te wachten.
  • Een stuitligging waarbij een vaginale geboorte te riskant wordt geacht.
  • De ligging van de moederkoek voor de baarmoederuitgang. Tijdens de ontsluiting zal dit tot veel bloedverlies en een risico voor de baby leiden.
  • Hoge bloeddruk met risico voor moeder en kind.
  • Een zwaar en groot kind door diabetes mellitus bij moeder.
  • Tekenen dat er overreking van de baarmoeder is ontstaan. Langer wachten leidt in deze gevallen tot een mogelijke scheur in de baarmoeder. Hierdoor is er een groot risico voor de baby om te overlijden.
  • Abnormale ligging van de baby. Bijvoorbeeld dwarsligging, of bij een tweeling een ligging van een van de kinderen, die een risico vormt bij een vaginale geboorte.
  • Vaginisme bij moeder, waardoor een gewone bevalling niet mogelijk is.

Kinderlijke factoren voor het doen van een keizersnede zijn:

  • Verslechtering van de conditie van het kind. Dit kan blijken uit de registratie van de weeën en de kinderlijke harttonen, het CTG. Deze situatie doet zich relatief vaak voor. De baring is al begonnen, maar wanneer de kinderlijke toestand langer wachten niet toelaat wordt een spoed keizersnede verricht. Kinderen met een laag gewicht hebben door de verminderde functie van de moederkoek, dat tijdens de baring hun toestand eerder verslechtert. Er is als het ware minder reserve om de invloed van de weeën op te vangen.
  • Hoge bloeddruk van de moeder en ernstig achterblijven in groei van de baby. In deze situatie wordt vaak eerst gepoogd de zwangerschap door middel van een inleiding te beëindigen. Waneer er complicaties bij de moeder of de baby optreden, wordt tot een keizersnede besloten.
  • Een uitgezakte navelstreng, waardoor de bloed- en zuurstofvoorziening ernstig in gevaar komt. Hierbij wordt altijd met de grootste spoed een keizersnede verricht.
  • Een gedeeltelijke loslating van de moederkoek. Dit wordt een solutio placentae genoemd en ook in deze situatie is de grootste spoed nodig om de toestand van de baby niet verder te laten verslechteren. De baby is immers voor toevoer van zuurstof geheel afhankelijk van de moederkoek en navelstreng.
  • Bloedgroep-antistoffen die de rode bloedcellen bij de baby afbreken.
  • Sommige aangeboren afwijkingen bij de baby, waardoor een geplande keizersnede noodzakelijk is, zodat de baby snel na de geboorte kan worden geopereerd. Dit is het geval bij een middenrifbreuk.
  • Een tweeling of drieling zwangerschap waarbij een van de kinderen achter blijft in groei.

 

© Mijn Kinderarts 2010