Een tangverlossing vindt plaats wanneer de baring stagneert en de omstandigheden het nodig maken dat de baby snel wordt geboren.
Men maakt altijd gebruik van een zogenoemde uitgangstang. Hiermee wordt er bedoeld, dat het hoofdje van de baby al heel ver is gevorderd en voor de uitgang van het baringskanaal staat.
Vroeger werden ook nog wel een zogenoemde hoge tang gebruikt. Het hoofdje van de baby was dan nog niet tot bij de uitgang ingedaald, maar bevond zich nog hoog in het baringskanaal. In al deze situaties wordt tegenwoordig een keizersnede of sectio caesarea verricht.
Indien een tangverlossing nodig is, brengt de gynaecoloog eerst één deel van de tang in en plaatst die in de vagina tegen de zijkant van het babyhoofdje. Vervolgens wordt er aan de andere kant het tweede deel van de tang ingebracht. De beide delen worden dan samengebracht en door aan het handvat te trekken wordt het hoofdje van de baby naar buiten getrokken.
Er zijn verschillende modellen van de verlostang in gebruik. Gynaecologen hebben hun voorkeur voor een bepaald model.
© Mijn Kinderarts 2010