Medicijnen bij psychose

Print deze pagina

Onder een psychotische stoornis wordt een toestand verstaan waarbij er kenmerken zijn van schizofrenie of een bipolaire stoornis.

Vrouwen die hieraan lijden, lopen een groter risico op een niet geplande, ongewenste zwangerschap. Er is verder een hoger risico op het tijdens de zwangerschap vergergeren van een bestaande psychose. Nogal vaak hebben zij in de zwangerschap eveneens problemen met alcohol en drugsgebruik. De gebruikelijke zwangerschapscontroles vinden vaak onvoldoende plaats. Hierdoor is het beoordelen van de gezondheid van de moeder en van het ongeboren kind veelal slecht mogelijk.

Dit maakt het voor de patiënt en de behandelend psychiater vaak moeilijk om een keuze te maken tussen het enerzijds gebruik van medicatie met daarbij een niet zeker effect op de gezondheid van de baby en anderzijds het risico dat kan ontstaan wanneer vrouwen hun medicatie niet gebruiken.

Voor de behandeling van een psychose zijn diverse medicijnen bruikbaar. Er wordt hierbij wel onderscheid gemaakt tussen de klassieke antipsychotica, met middelen als: chloorppromazine, flupentixol, haloperodol, levomepromazine, perfenazine, penfluridol, pimozide, zuclopentixol. Verder zijn er de atypische antipsychotica, met aripiprazol, clozapine, olanzapine, quetiapine en risperidon.

Er zijn niet zoveel gegevens bekend welke effecten de antipsychotica kunnen hebben tijdens de zwangerschap. De meeste informatie is beschikbaar over de klassieke antipsychotica. Er zijn hierbij geen aanwijzingen gevonden dat er een verhoogd risico bestaat op het krijgen van een kind met aangeboren afwijkingen. Wel is er een voor alle antipsychotica geconstateerde iets grotere kans op vroeggeboorte en een laag geboortegewicht.

Voor dit stukje is gebruik gemaakt van de informatie die in het Geneesmiddelenbulletin is verschenen. Patiënten en behandelaars worden voor nadere informatie over de afzonderlijke medicijnen naar deze site verwezen.