Wachten op de nageboorte.

Print deze pagina

De nageboorte of moederkoek komt als het goed is nooit gelijk met de baby mee. Immers door de moederkoek krijgt de baby al zijn zuurstof en voedingsstoffen. Als de baby is geboren trekt de baarmoeder zich verder samen. Door de naweeën wordt de moederkoek of in medische termen placenta, losgewoeld van de baarmoederwand.

De verloskundige zal door lichte trek aan de navelstreng controleren of de moederkoek los ligt. Over het algemeen komt de moederkoek tussen de 3 en 20 minuten na de geboorte van de baby. Zodra de moederkoek is geboren, wat geen pijn doet is de eigenlijke bevalling helemaal klaar. De verloskundige of gynaecoloog bekijkt of de moederkoek volledig is en of er geen stukjes zijn achtergebleven, die later voor bloedverlies of een infectie kunnen zorgen. dergelijk plotseling bloedverlies kan ook nog een aantal dagen na de geboorte voorkomen en tot heftige bloedingen aanleiding geven.

Op de foto hieronder is een menselijke moederkoek te zien met daaraan vast de navelstreng. Alles is hier mooi schoongemaakt, want over het algemeen ziet het er direct na de geboorte wel wat bloediger uit. In de navelstreng lopen gewoonlijk drie bloedvaten. Eén ader voor het zuurstofrijke bloed vanaf de moederkoek en twee slagaderen voor het zuurstofarme bloed dat teruggaat naar de moederkoek.

moederkoek of placenta

Moederkoek of placenta.

Het is mogelijk dat de moederkoek ook na een half uur nog niet is gekomen. Indien er niet teveel bloedverlies is kan ook dan nog worden afgewacht of hij niet toch nog spontaan komt. Is er echter toenemend bloedverlies of is er een duidelijk vastzittende moederkoek ook na een uur, dan wordt de gynaecoloog in consult gevraagd.

Wordt de moederkoek ook na langere tijd niet spontaan geboren, dan is het nodig dat de gynaecoloog op de operatiekamer dit onder narcose doet. Met een medische term heet dit een manuele placentaverwijdering.

Als je de vliezen opspant kan je zien hoe het kamertje eruit ziet waar de baby al die tijd heeft gewoond.

Wanneer er een complicatie in de zwangerschap is geweest, bij een baby met een groeiachterstand en bij verdenking op een infectie, wordt de moederkoek naar de patholoog anatoom gestuurd om microscopisch te worden onderzocht. De uitslag van het onderzoek van de moederkoek, gaat gewoonlijk in eerste instantie naar de gynaecoloog en niet naar de kinderarts.

Bij tweelingen kan de patholoog ook zien hoe de vliezen zijn gelegen. Hieruit is dan wat meer te zeggen of er sprake is van één of twee-eiigheid.

 

© Mijn Kinderarts 2010