Een vlokkentest kan worden gedaan om erfelijk onderzoek te doen bij de ongeboren vrucht. De moederkoek zit met vlokken verankerd in de slijmvlieslaag van de baarmoederwand. De vlokken hebben omdat ze een onderdeel uitmaken van de moederkoek, die eigenlijk weer een onderdeel is van het kind, dezelfde erfelijke eigenschappen als het embryo.
Omdat al vroeg een vlokkentest kan worden gedaan, heeft het voor ouders het voordeel dat ze al vroeg in de zwangerschap de uitslag weten en ze eerder gerustgesteld zijn of er sneller kan worden ingegrepen als blijkt dat er ernstige afwijkingen zijn.
Een vlokkentest kan worden gedaan via de vagina of door de buikwand heen. In beide gevallen doet de gynaecoloog het onderzoek onder voortdurende controle van een echo-apparaat. Bij de vaginale route wordt met een dun instrumentje wat van de vlokken weggehaald. Dit onderzoek kan vanaf 10 weken plaatsvinden. De route door de buikwand is vanaf 12 weken mogelijk.
Ook bij een vlokkentest is er het risico op een miskraam. Dit percentage is echter relatief laag en verschilt niet veel van de methode die wordt gebruikt.
Indicaties om een vlokkentest te doen zijn:
- Kans op een kind met een in de familie bekende erfelijke aandoening.
- Als de moeder 36 jaar is, vanwege de kans op een kind met Down syndroom.
- Wanneer eerder in het gezin een kind met een erfelijke ziekte of afwijking is geboren.
Een vlokkentest wordt meestal in een academisch ziekenhuis uitgevoerd. Het verkregen weefsel van de moederkoek (vlokken) wordt in het klinisch genetisch instituut van het ziekenhuis onderzocht. Enigszins afhankelijk van welk onderzoek moet worden ingezet, komt de uitslag na één tot twee weken.
Bij de vlokkentest wordt slechts naar één afwijking gezocht. Het is daarom ook als de uitslag goed is geen garantie dat de baby zeker gezond zal zijn.
© Mijn Kinderarts 2010