Nazorg bij kind

Print deze pagina

Wanneer een baby in stuitligging heeft gelegen, wordt er altijd op de leeftijd van ongeveer drie maanden vanaf de uitgerekende datum een onderzoek op de polikliniek kindergeneeskunde afgesproken. Hierbij worden de heupjes nog eens onderzocht en wordt een echo-onderzoek van de heupen gedaan. Hierop wordt gekeken of er geen aanleg is ontstaan voor heupdysplasie. Het wordt ook wel dysplastische heupontwikeling genoemd, maar deze op zich juistere term is nog niet erg ingeburgerd. Kinderen die in stuitligging hebben gelegen hebben een toegenomen kans om heupdysplasie te ontwikkelen.

Ook bij het in de familie voorkomen van heupdysplasie wordt op deze leeftijd echografisch onderzoek verricht. Hierbij wordt uitgegaan van eerste graads familieleden. Dat zijn de ouders en eventuele broertjes of zusjes.

Wanneer er twijfel bestaat over de aanwezigheid van heupdysplasie wordt soms nog een aanvullende röntgenfoto gemaakt. Bij een bestaande afwijking wordt de baby doorverwezen naar de polikliniek orthopedie voor het aanmeten van een zogenoemde spreidbroek.

 

© Mijn Kinderarts 2010