Bij een stuitligging ligt een kind niet met het hoofdje, maar met de billen of met één of twee voetjes in het bekken.
Er zijn eigenlijk vier vormen.
- De billen zijn het laagste punt en de beentjes liggen opgeklapt naast het hoofdje. Dit wordt een onvolkomen stuitligging genoemd.
- Als een voetje het laagste punt is en het andere ligt naast de romp tegen het hoofdje, spreken we van een half onvolkomen stuitligging.
- Wanneer de baby als het ware op de baarmoederuitgang zit, met de beentjes onder zich in een soort kleermakerszit, noemen we dat een volkomen stuitligging.
- Bij de situatie waarbij beide voetjes het laagste punt vormen, spreken we van dubbele voetligging.

Oorzaak. De oorzaak dat een baby in stuitligging komt te liggen is niet altijd goed bekend. Soms komt het bij een volgende zwangerschap ook weer voor. Het kan dan liggen aan de vorm van het bekken. Ook kan de moederkoek zo liggen dat een kind makkelijker in stuitligging komt te liggen.
Er kunnen ook aangeboren afwijkingen bij de baby bestaan. Daarom wordt met echo-onderzoek goed gekeken, of de baby verder gezond is. Hierbij wordt gekeken naar de grootte van het hoofdje, de beweeglijkheid van de baby, de ligging van de moederkoek en de hoeveelheid vruchtwater.