Eén-eiige en twee-eiigetweelingen

Print deze pagina
Of een tweeling een- of twee-eiig is hangt af hoe de bevruchting heeft plaatsgevonden. Wanneer twee eitjes of eicellen worden bevrucht door twee zaadcellen is er sprake van een twee-eiige tweeling. Als een eicel door een zaadcel wordt bevrucht en de ontstane vrucht zich later splitst tot twee vruchten spreekt men van een eeneiige tweeling.

Na de geboorte willen ouders van een tweeling of drieling altijd graag weten wat voor soort tweeling of drieling het is. Bij verschillende geslachten is er bij een tweeling altijd sprake van twee-eiigheid. Zijn beide kinderen van hetzelfde geslacht dan kunnen ze zowel één- als twee-eiig zijn. Omdat er behalve tweelingen ook drielingen of zelfs vierlingen voorkomen wordt vaak gesproken over meerlingen.

De baby's in hun vliezen.

Er is bij een twee-eiige tweeling altijd sprake van twee moederkoeken of placenta's en van twee vruchtzakken (Afbeelding A). In medische termen wordt dit bichoriaal, biamniotisch genoemd (zie onder). 

Bij een eeneiige tweeling is het afhankelijk van het moment van splitsing hoe de embryo's zich in de vliezen ontwikkelen. Indien er sprake is van een vroege splitsing (in de allereerste dagen na de bevruchting) dan ontstaan er aparte placenta's en gescheiden vruchtzakken. Het is dan dezelfde situatie als bij een twee-eiige tweeling (Afbeelding A).

Daardoor kan er op grond van het voorkomen van twee moederkoeken niet altijd worden geconcludeerd dat het een twee-eiige tweeling is. Bij ongeveer 20% van de kinderen waarbij situatie A voorkomt betreft het namelijk een eeneiige tweeling met een vroege splitsing.

Wanneer er één gefuseerde moederkoek is, Twee moederkoeken die aan elkaar zijn gegroeid en er zijn twee vruchtzakken, dan kan het om een twee-eiige tweeling gaan of om een eeneiige tweeling met een vroege splitsing.

Is er een splitsing na ruim vier dagen dan is er niet een gefuseerde moederkoek, maar is er slechts één moederkoek en zijn er twee vruchtzakken (Afbeelding B). Dit noemt men monochoriaal, bi-amniotisch.

Treedt er na pas één tot twee weken een splitsing op dan kan er een situatie ontstaan waarbij er één placenta en één vruchtzak is (Afbeeliding C). De kinderen liggen dan in hetzelfde vruchtwater. Men spreekt van monochoriaal, monoamniotisch.

Tweelingen typen

Een paar medische termen.

Zygoot: Benaming van de vrucht direct na de bevruchting.

Monozygoot: Eeneiige meerling.

Dizygoot: Twee-eiige meerling.

Amnion: Binnenste vruchtvlies, waarin zich het embryo met het vruchtwater bevindt.

Chorion: Buitenste vruchtvlies.

Placenta: Moederkoek.

 

Waarom is het verschil belangrijk?

In de eerste plaats voor ouders omdat ze het gewoon willen weten. Voorts zal er bij erfelijke ziekten de vraag ontstaan of bij de andere helft van de tweeling die ook zal ontstaan. Dit omdat eeneiige tweelingen dezelfde erfelijke eigenschappen hebben. Ook geeft een- of twee-eiigheid informatie over de herhaalkans bij een meerling in een eventuele volgende zwangerschap. Dan een reden die voor ouders misschien minder opkomt maar wel van betekenis is. Regelmatig wordt er wetenschappelijk onderzoek gedaan onder tweelingen en daarbij is het van belang om te weten wat voor tweeling het betreft.

 

Hoe doet men tegenwoordig onderzoek om uit te maken of het om een een- of twee-eiige tweeling gaat?

Uiterlijke kenmerken kunnen wel een aanwijzing vormen, maar blijken in de praktijk niet echt behulpzaam te zijn. DNA-analyse van schraapsel uit de wang is een goede en betrouwbare manier om te onderzoeken met welke soort meerling men te maken heeft. In het verleden werd vaak bloedgroepen onderzoek gedaan, maar dat is minder betrouwbaar.