Groei. Tijdens de controles bij de gynaecoloog wordt extra gelet op de groei van de kinderen. Het is bekend dat tweelingen vaker achter blijven in groei. Als dit te veel is moet tijdens een opname worden gekeken of de groei met bedrust weer toeneemt.
Wanneer een van de kinderen in groei toeneemt ten opzichte van de andere, kan sprake zijn van een TTS. Dit is de afkorting van wat het transfuseur-transfusé syndroom of twin to twin transfusiesyndroom wordt genoemd. In deze situatie is er verbinding tussen de doorbloeding van beide kinderen vanuit de moederkoek.
Wanneer één kind steeds bloed van het broertje of zusje krijgt, neemt deze sterk in gewicht toe. Degene die het bloed geeft krijgt echter steeds meer bloedarmoede. De groei zal hierbij vertragen. Beide situaties zijn voor de kinderen ongunstig. Ook het kind dat veel bloed krijgt kan hartfalen krijgen en vocht vasthouden. Er komt meer vruchtwater, terwijl het magere kind juist te weinig vruchtwater heeft.
Er is soms behandeling in een academische centrum nodig. Het is mogelijk met laserbehandeling de verbindende bloedvaten die op de moederkoek te zien zijn dicht te maken.
Duur van de zwangerschap. Over het algemeen genomen duurt de zwangerschap bij meerlingen korter dan bij één kind. Een tweeling komt gemiddeld bij 37 weken en een drieling bij 33 weken. Vooraf is al bekend hoe de ligging van de kinderen is. Vaak is er één kind in hoofdligging. Het andere kind kan ook in hoofdligging liggen, of in stuitligging, maar ook dwars. Na de geboorte blijkt pas hoe nummer twee, als hij de ruimte krijgt, komt te liggen.
© Mijn Kinderarts 2010