Over de eicel en de bevruchting. Normaal komt er bij de eisprong maar één eitje uit de eierstok naar buiten. Soms zijn dit er echter twee. De eierstokken liggen in de onderbuik aan weerszijden van de baarmoeder. Als het eitje vrij komt wordt het opgenomen door de eileider en richting de baarmoeder getransporteerd. De bevruchting vindt in de eileider plaats, waar de zaadcellen vanuit de baarmoeder naar toe zijn gezwommen. Slechts één zaadcel kan de eicel bevruchten. Zodra die zaadcel binnen is sluit de eicel zich voor andere zaadcellen af. Na de versmelting van de eicel en de zaadcel, beginnen er delingen te ontstaan. Als het eicelletje in de baarmoeder aankomt nestelt het zich in de baarmoederwand. De zwangerschap is dan begonnen.
Worden twee eitjes bevrucht bij een spontane tweeling zwangerschap, dan spreken we van twee-eiigheid.
Bij een één-eiige tweeling is er maar één eitje bevrucht, maar zijn uit dit eitje door deling twee embryo's gekomen. Omdat ze uit één en dezelfde eicel en zaadcel afkomstig zijn, lijken ééneiige tweelingen zo op elkaar en hebben ze ook hetzelfde DNA profiel.
Een andere oorzaak is IVF of een van de andere technieken. Hierbij worden vaak twee bevruchte eicellen in de baarmoeder teruggeplaatst. Soms ook drie.
© Mijn Kinderarts 2010