Depressie

Print deze pagina

De roze wolk waarop aanstaande moeders zouden moeten zitten is lang niet voor iedereen een vanzelfsprekendheid. Er zijn gevoels van blijdschap en twijfel die elkaar afwisselen. Net als er buiten voorkomt zijn er bij veel vrouwen ook stemmingsproblemen tijdens de zwangerschap. Het aantal moeders met een matige, tot ernstige depressie in de zwangerschap is niet precies bekend. Hiervoor zijn er niet genoeg onderzoeksresultaten beschikbaar.

Onbehandeld hebben zwangeren met een depressie vaker problemen gedurende de zwangerschap. Zij verzorgen zich minder, roken meer en gebruiken vaker alcohol. Zij ervaren de bevalling ook vaak negatiever. Na de bevalling blijkt de algehele zorg voor de baby minder te zijn.

Bij behandeling wordt nogal snel aan medicijnen gedacht, terwijl ook psychotherapie goede resultaten kan geven. Het verdient aanbeveling dat iedereen die met aanstaande moeders met een depressie te maken hebben zich hiervan goed bewust zijn.

Als het om medicatie gaat, waarop hier vooral de aandacht is gericht, wordt gebruik gemaakt van een groep medicijnen die tot de groep van de specifieke serotonine heropnameremmers behoren. De Engelse afkorting voor de groep is SSRI. Medicijnen die tot deze categorie behoren worden net als de verwandte groep van de SNRI 's genoemd bij de medicijnen in de zwangerschap.

Niet met alle middelen is even veel ervaring. Dit maakt dat het wenselijk kan zijn om al voor de zwangerschap op een middel over te gaan waarmee wel ervaring is opgedaan en waarvan de veiligheidsaspecten voor het kind beter bekend zijn. Een wisseling tijdens de zwangerschap heeft het risico dat het nieuwe middel minder goed aanslaat of teveel bijwerkingen geeft in vergelijking met het eerder gebruikte medicijn.

Effecten op de ongeboren baby van antidepressiva uit de groep van SSRI en SNRI moeten per medicijn worden beoordeeld. Eigenlijk zijn er op dit moment geen duidelijke risico's gevonden.

Beleid na de geboorte. Baby's van moeders die antidepresiva uit de bovenstaande groep hebben gebruikt tijdens de zwangerschap lopen het risico om ontwenningsverschijnselen te laten zien. Dit zijn het optreden van trillerigheid, abnormaal huilen, afwijkende slaap, voedingsproblemen, te hoge of te lage spierspanning en snelle ademhaling. Deze verschijnselen treden vaak pas 24 - 48 uur na de geboorte op.

Er zijn geen gevallen bekend waarbij een lage bloedsuiker is gevonden. Hierover wordt ook nog wel eens gesproken en worden kinderen soms wel gecontroleerd.

Al met al moeten baby's waarvan de moeder tijdens de zwangerschap antidepressiva hebben geslikt op de kraamafdeling ter observatie worden opgenomen.

Ontslag hangt er dan vanaf of er ontwenningsverschijnselen zijn en zo ja in welke mate deze voorkomen.

Over de effecten op latere leeftijd zijn thans geen gegevens bekend, die een langdurige controle van het kind noodzakelijk maken.

 

© Mijn Kinderarts 2010