Diabetes mellitus

Print deze pagina

Diabetes mellitus of ook nog wel eens suikerziekte genoemd is een ziekte die voor zowel moeder als kind belangrijk zijn. Daarom wordt ook in de zwangerschap bij de moeder gecontroleerd of er sprake van diabetes is. Dit doet men door de bepaling van het glucose gehalte in het bloed.

Er zijn drie soorten diabetes:

  • Diabetes type 1, vroeger ook wel juveniele of jeugddiabetes genoemd. Hierbij zijn er antistoffen in het bloed aanwezig gericht tegen de alvleesklier. Hierdoor stopt de productie van insuline. De insuline moet levenslang door injecties of door een insulinepomp worden gegeven. Deze vorm openbaart zich in de jeugd met verschijnselen van dorst, veel plassen en gewichtsverlies.
  • Diabetes type 2, vroeger ouderdomsdiabetes genoemd. Hierbij wordt er ruim voldoende insuline aangemaakt, maar is er voor het lichaam zoveel nodig dat de alvleesklier tekort schiet. Op de kinderleeftijd zien we deze vorm vooral bij kinderen met een fors overgewicht of obesitas. Hierbij volstaat het vaak om af te vallen en medicijnen in te nemen om zo de bloedsuiker op peil te houden.
  • Zwangerschapsdiabetes. Deze vorm ontstaat vaak halverwege in de zwangerschap. Het lijkt op type 2 diabetes. Ook hierbij is er een verhoogde behoefte aan insuline. Dit wordt nu veroorzaakt door de zwangerschap. Als de zwangerschap voorbij is hebben de meeste vrouwen weer normale suikers. Wel kan bij een volgende zwangerschap opnieuw zwangerschapsdiabetes optreden. Tevens is er een risico om op oudere leeftijd type 2 diabetes te krijgen.

Controle op diabetes vindt plaats met bloedtesten. Bij afwijkende waardes zal de verloskundige of gynaecoloog u waarschijnlijk naar een internist verwijzen. Moeders met een reeds bekende diabetes mellitus zullen tijdens de zwangerschap extra gecontroleerd worden door hun internist.

Gevolgen voor de baby.

Als in het begin van de zwangerschap de bloedsuikerwaarden te hoog zijn is er een verhoogde kans op aangeboren afwijkingen bij de baby. Deze kans neemt toe naarmate de diabetes slechter is ingesteld. De kinderarts onderzoekt daarom altijd de baby hierop na de geboorte.

Wanneer de bloedsuiker van de moeder steeds verhoogd is zal de baby extra zwaar worden. Dat kan bij de geboorte moeilijkheden opleveren. Soms is de baby zo groot dat een gewone bevalling niet wordt aangedurfd en er daarom een keizersnede wordt gedaan.

Als de baby wel gewoon wordt geboren en hij is te groot en te zwaar, dan kan bij de geboorte een probleem ontstaan doordat de schouders niet normaal geboren kunnen worden. Deze situatie wordt een schouderdystocie genoemd. Als de baby dan met enige moeite wordt geboren kan er een fractuur van het sleutelbeen zijn ontstaan of een Erbse parese.

Na de geboorte kan de suiker (glucose) bij uw baby sterk dalen. Het wordt hypoglycaemie genoemd. Dit komt omdat de baby voortdurend is blootgesteld aan hoge glucose waardes. De glucose komt via de moederkoek bij de baby. De baby ondervindt een te hoge glucose waarde en reageert daar op door extra insuline aan te maken om de bloedsuiker in zijn bloed omlaag te krijgen. Dit systeem gaat ook door tot na de geboorte. Nu is er echter geen glucose toevoer van de moeder meer. De baby heeft daarom voor de omstandigheden een veel te grote hoeveelheid insuline aangemaakt. Hierdoor zakt zijn glucose waarde tot te lage waardes. Hierom is het dan nodig een infuus met glucose te geven. Tenslotte zal de glucose spiegel bij uw baby normaal worden.

 

© Mijn Kinderarts 2010