Infecties

Print deze pagina

Congenitale CMV infectieCytomegalie

Herpes genitalis

Herpes labialis, koortslip

HIV besmetting

Toxoplasmose

Urineweginfectie

Vijfde ziekte

Waterpokken

 

 

                                                 Aangeboren Cytomegalie infectie bij een pasgeborene.

Cytomegalie. Dit is een algemeen in de bevolking voorkomende virusinfectie, die met name op de kinderleeftijd wordt opgelopen. Vooral op peuterspeelzalen en crèches wordt gemakkelijk via handcontact het virus van het ene op het andere kind overgebracht.

De meeste kinderen merken er echter weinig van, omdat het als een gewone verkoudheid, of een beetje grieperigheid voorbij gaat. Elders is meer over cytomegalie te lezen. Ongeveer 60% van de zwangeren zal al een keer in het leven besmet zijn geraakt met het cytomegalovirus (CMV) en al antistoffen ertegen bij zich hebben.

Heeft men als kind de infectie niet gekregen en krijgt men die dan in de eerste maanden van de zwangerschap, dan is er veel kans op aangeboren afwijkingen van de baby. Deze situatie wordt een aangeboren of congenitale cytomegalovirus (CMV) infectie genoemd. De frequentie hiervan in Nederland bedraagt ongeveer 1: 1000 geboortes, wat neerkomt op een kleine 200 kinderen per jaar.

Verschijnselen bij de geboorte van een congenitale CMV infectie kunnen zijn, een laag geboortegewicht, kleine schedelomtrek, verkalkingen in de hersens, afwijkingen aan de ogen (chorioretinitis), vergroting van lever en milt. Van de kinderen die tijdens de zwangerschap een cytomegalovirusinfectie krijgen overlijdt één op de vijf, terwijl de anderen een achterstand in geestelijke ontwikkeling, motoriek, gehoorstoornissen of afwijkend gedrag hebben.

 

Herpes genitalis wordt ook wel genitale herpes genoemd. Het is een pijnlijke vooral in de regio van de vagina aanwezige infectie, met blaasjes en zweertjes, waarbij ook korstjes voorkomen. Plassen en gemeenschap zijn vaak pijnlijk. De veroorzaker is meestal het herpes simplex virus type 2, maar bij 20% wordt type 1 gevonden. Omdat het herpes virus zich in de huidzenuwen kan terugtrekken en er weer uit tevoorschijn kan komen, zijn er recidieverende infecties mogelijk.

Een moeilijkheid is verder dat driekwart van de kinderen die bij een vaginale geboorte een herpes infectie oplopen, het niet bekend is dat hun moeder een herpes genitalis heeft. Tenminste 50% van de geïnfecteerde kinderen overlijdt of houdt er ernstige restverschijnselen van het centrale zenuwstelsel aan over.

Wanneer een moeder met recidiverende infecties bekend is, kan zij vaginaal bevallen. Zij heeft dan immers antistoffen bij zich die ook bij het kind zullen zijn gekomen en die daardoor beschermd is.

Bij een eerste besmetting met het herpes virus op de genitalia, bij een zwangerschapsduur van meer dan 34 weken, of tijdens de baring wordt een keizersnede of sectio caesarea gedaan.

 

Herpes labialis, koortslip. Dit is een door een herpes type 1 virus veroorzaakte infectie van de huid bij de lippen en de mond. Het is erg besmettelijk. De verschijnselen zijn:

  • Jeukend, branderig gevoel op de plaats van de infectie
  • Zwelling, met enige roodheid
  • Ontstaan van kleine blaasjes, die stuk gaan en waarbij een gelige korstvorming begint
  • Genezing na ongeveer 10 dagen met herstel van de huid
  • Koortslippen hebben neiging om te recidiveren

Het is van belang of een moeder die net is bevallen en een koortslip heeft, eerder zoiets heeft gehad. Bij een recidief, dus terugkerende infectie, zijn er antistoffen bij haar die ook bij de baby in het bloed zijn gekomen. De baby is hierdoor beschermd tegen een dergelijke herpes infectie. Over de maatregelen die iemand met een koortslip moet nemen als die in de omgeving van een pasgeborene komt, is onder het stukje koortslip meer te lezen.

 

HIV besmetting.

Het HIV virus is 1983 voor het eerst aangetoond. Het heeft sinds die tijd wereldwijd voor een geweldige epidemie gezorgd, waaraan tot nu toe ruim 25.000.000 kinderen en volwassenen zijn overleden. Het grootste aantal slachtoffers valt in Afrika. Wereldwijd hebben 2,5 miljoen kinderen een HIV infectie, van wie er ook het grootste deel in Afrika wonen.

Het meeste risico lopen kinderen om besmet te worden via hun moeder. Dit kan gebeuren tijdens de zwangerschap, de geboorte of via borstvoeding. Een HIV infectie leidt zonder behandeling bij kinderen vrijwel zeker in een aantal jaren tot de dood.

Indien bij de moeder tijdens de zwangerschap een HIV infectie wordt geconstateerd, wordt ze in de meerderheid van de gevallen behandeld met HAART. Dat staat voor Highly Active Antiretroviral Therapy. Door deze behandeling die sinds 1997 mogelijk is geworden, daalt de kans van overdracht van het virus van moeder op de baby naar minder dan 1%. De medicijnen die dan worden gebruikt, zijn AZT, lamivudine en nevirapine.

Rond de 32 weken zwangerschapsduur wordt de kinderarts in consult gevraagd om het na de geboorte te volgen beleid vast te stellen.

Na de geboorte wordt bij de baby gekeken naar de zogenoemde HIV viral load en vindt er ook verder bloedonderzoek plaats. Vanwege de kans op vermenging met moederlijk bloed, wordt dit onderzoek niet uit navelstrengbloed verricht, maar door een gewone bloedafname. De baby wordt vervolgens binnen 8 uur na de geboorte behandeld met de middelen: AZT en lamivudine, die in vloeibare vorm via het mondje op eenvoudige wijze kunnen worden toegediend. De behandelduur is 4 weken.

Hierna wordt bij de baby op geregelde tijden nog lichamelijk- en bloedonderzoek gedaan.

 

Toxoplasmose. Besmetting met de toxoplasma gondii parasiet komt door contact met besmette levensmiddelen, aarde of kattenbakken. Daarom wordt het advies gegeven om de kattenbak liever door iemand anders te laten verschonen of handschoenen te dragen bij dit klusje. Ook werken in de tuin kan in de zwangerschap beter met handschoenen aan worden gedaan. Ongekookte vleeswaren kunnen de parasiet bevatten, die op die manier binnen het lichaam kan komen. Nadat men besmetting met de toxoplasma parasiet heeft opgelopen, krijgt men antistoffen en blijft daarmee waarschijnlijk levenslang immuun.

Besmetting van de pasgeborene met toxoplasma geeft met name in de allereerste periode van de zwangerschap kans op een miskraam, terwijl er later meer kans is om te overleven, maar er wel schade aan de ogen en het centrale zenuwstelsel als rest kan overblijven. Direct na de geboorte is er sprake van een vergrote lever en milt, geelzucht, tekort aan bloedplaatjes, vlekjes en verkalkingen in de hersens.

Geschat wordt dat het aantal kinderen dat jaarlijks in Nederland met een aangeboren toxoplasma infectie wordt geboren ongeveer 800 bedraagt.

 

Urineweginfectie. Urineweginfecties kunnen in de zwangerschap gemakkelijk optreden. Het is herkenbaar aan een brandend gevoel bij het plassen, het vaak kleine plasjes moeten doen en het ontstaan van troebele urine. Door uw huisarts zullen er antibiotica worden voorgeschreven, die geen risico voor de baby vormen.

 

Vijfde ziekte. Een bij kinderen tamelijk veel voorkomende infectieziekte die veroorzaakt wordt door het Parvo B19 virus. Vijfde ziekte wordt echter niet door iedereen doorgemaakt en zo kan een zwangere door contact met een kind dat het heeft besmet raken. De verschijnselen zijn die van een griepje, met enige roodheid van de huid, en soms vage gewrichtspijn.

Zo'n infectie is niet zeer opvallend, maar kan voor de vrucht zeer ernstig verlopen. Het virus richt zich namelijk op de bloedcellen die de rode bloedlichaampjes maken en nog in het beenmerg zitten. Door de enorme bloedarmoede die hiervan het gevolg is, kan de baby hartfalen ontwikkelen en in enkele gevallen hieraan zelfs overlijden.

Indien mogelijk is daarom aan te raden in de zwangerschap kinderen die de vijfde ziekte hebben te ontlopen. Raakt u besmet, dan zal er worden gekeken of de toestand van de baby verder goed blijft.

 

Waterpokken. Indien een moeder tussen vijf dagen voor de geboorte en twee dagen erna waterpokken blijkt te hebben, moet de baby zo snel mogelijk na de geboorte worden behandeld met antistoffen tegen het waterpokkenvirus. De dosering van dit zogenoemde varicellazosterimmuunglobuline is 200 IE die in de spier worden toegediend. Treden er bij de baby toch blaasjes op en wordt het kind ziek, dan is behandeling met aciclovir aangewezen.

 

© Mijn Kinderarts 2010