Schildklierafwijking

Print deze pagina

Algemeen.

Oorzaken.

Zwangerschap.

Antistoffen en pasgeborene.

Borstvoeding.

 

Algemeen. De schildklier, die vooraan in de hals is gelegen, is een klier die het schildklier hormoon aanmaakt. Het schildklierhormoon speelt een rol bij de stofwisseling. Er komt zowel een situatie voor waarbij er teveel hormoon wordt gemaakt als dat er te weinig hormoon wordt geproduceerd. Ziekten van de schildklier komen in verhouding meer bij vrouwen en meisjes voor.

De schildklier van de moeder speelt een belangrijke rol bij zowel het ontstaan van de zwangerschap als bij de ontwikkeling van de foetus in de eerste maanden van zijn bestaan. De eigen productie van de foetus begint pas na 4 maanden. Voor die tijd krijgt hij het schildklierhormoon via het navelstrengbloed en de moederkoek. Het is daarom nodig dat de schildklier in staat is om tijdens de zwangerschap zijn productie van het hormoon flink op te schroeven.

Bij een onvoldoende schildklierwerking blijkt het moeilijker om zwanger te kunnen worden. Daarnaast komen er dan ook meer miskramen voor. Daarom zal er door de gynaecoloog bij ongewenste kinderlooosheid altijd onderzoek naar de werking van de schildklier worden gedaan.

Een te trage schildklierwerking, of hypothyreoïdie kan al op kinderleeftijd beginnen. Bij de aanwezigheid van antistoffen, spreekt men dan van de ziekte van Hashimoto. De kenmerken van iemand met een trage schilklierwerking, zijn vooral vermoeidheid, kouwelijkheid, traagheid, langzame hartfrequentie en bij kinderen een toegenomen gewicht bij een afnemende lengtegroei.

Een te snelle schildklierwerking of hyperthyreoïdie, geeft de tegenovergestelde klachten, met gejaagdheid, ongevoeligheid voor kou, moeheid, gewichtsverlies ondanks toegenomen eetlust, struma, uitpuilende ogen, snelle hartactie, trillen van de handen en menstruatieproblemen.

 

Oorzaken. De oorzaak van een slecht functionerende schildklier kan liggen in een te lage of een te hoge productie van het schildklierhormoon. Ofschoon in verhouding zeldzaam, kan het zijn dat de schildklier in het geheel niet is aangelegd of dat er stoornissen zijn in de productie van het schildklier hormoon. Deze aandoeningen worden tegenwoordig door de hielprik screening al direct na de geboorte opgespoord.

Er is een aantal ziekten van de schildklier bekend waarbij er antistoffen in het bloed zijn te vinden. Het gaat daarbij om de zogenoemde TPO en TSI antistoffen. De TPO antistoffen ontstaan bij meisjes meestal in de loop van de puberteit. Een zwangerschap kan dan de aanleiding vormen tot het ontstaan van een afwijkende hormoon productie. Wanneer er TSI antistoffen zijn, ontstaat het beeld van een te snel werkende schildklier of hyperthyreoïdie. Dit staat ook wel bekend als de ziekte van Graves.

Waardoor deze antistoffen ontstaan is niet goed bekend. De TPO antistoffen hebben iets te maken met de oestrogeen (vrouwelijk hormoon) productie, maar de relatie is onduidelijk.

 

Zwangerschap. Bij een moeder met een te lage werking van haar schildklier wordt het schildklierhormoon in tabletvorm (bij)gegeven. In de zwangerschap wordt frequent bloedonderzoek gedaan om te beoordelen of het gehalte in het bloed voldoende hoog is. Deze controles vinden vanaf het begin van de zwangerschap plaats. Hierbij wordt er gekeken naar het stimulerend hormoon, (TSH) dat de schildklier tot productie aanzet en het schilklierhormoon (FT4) zelf. Het is zoals hierboven ook al staat aannemelijk dat er gedurende het verloop van de zwangerschap een verhoogde behoefte is aan schildklierhormoon. Als hierdoor de hoeveelheid hormoon te laag is zal de gynaecoloog of internist besluiten om meer hormoon te gaan geven.

 

Antistoffen en pasgeborene. Voor de controle van de baby na de geboorte is het belangrijk om te weten of er antistoffen bij de moeder zijn gevonden. We gaan ervan uit dat de TPO antistoffen voor de baby geen probleem vormen. Echter de TSI antistoffen kunnen als ze in het bloed van de baby zijn gekomen zorgen voor een te snelle schildklier werking. Dat is de reden dat deze baby's direct na de geboorte door de kinderarts extra bewaakt zullen worden.

 

Borstvoeding. Het gebruik van schilklierhormoon is bij borstvoeding geen enkel probleem. Het gaat hierbij immers niet om een medicijn, maar om toediening van het eigen hormoon dat in een te lage hoeveelheid aanwezig is. De aanwezigheid van antistoffen in het bloed van de moeder, dat geldt zowel voor TPO als TSI antistoffen, heeft op de baby eveneens geen effect.

Wel wordt borstvoeding sterk ontraden als de moeder een schilklierhormoon remmend medicijn, zoals propylthiouracil gebruikt.

 

© Mijn Kinderarts 2010